André de Reus: De toegevoegde waarde van schoonmaakonderhoud is nog te onbekend

/, Publicaties/André de Reus: De toegevoegde waarde van schoonmaakonderhoud is nog te onbekend

André de Reus: De toegevoegde waarde van schoonmaakonderhoud is nog te onbekend

André de Reus: De toegevoegde waarde van schoonmaakonderhoud is nog te onbekend

Op het in juni gehouden FMGezondheidszorg-symposium hield Herman Kok, Universitair docent Facility Management aan de Wageningen Universiteit een gloedvol en uitstekend betoog over de toegevoegde waarde van goed schoonmaakonderhoud binnen organisaties. In mei deed hij dit ook al op het Facility inspiration Event tijdens de Interclean. Is hij roepende in de woestijn?

Immers sinds de oprichting van mijn bedrijf (Atir) in 1988 hebben mijn zeer deskundige collega’s en ik het schoonmaakonderhoud altijd benaderd vanuit de basisaanpak dat het door ons geadviseerde schoonmaakonderhoud altijd een toegevoegde waarde moest hebben voor de organisatie die ons om advies vroeg. In 1996 is al, door mijn toenmalige collega Annemarie Minkes, aangetoond dat facilitaire diensten een bijdrage leveren aan het optimaal functioneren van medewerkers binnen hun organisatie. Zij deed dit tijdens haar afstudeeropdracht bij de Wageningen Universiteit. Herman Kok had, zonder dat hij het wist, de basis binnen handbereik.

Goed schoonmaakonderhoud levert tussen 3 en 6 procent productiviteitsverbetering op
Later is door intern aanvullend Atir-onderzoek aangetoond dat goed schoonmaakonderhoud op medewerkers een productiviteitsverbetering van tussen de 3 en 6  procent oplevert. Eerlijkheidshalve moet ik opbiechten dat dit aanvullend onderzoek niet wetenschappelijk maar desalniettemin zeer overtuigend als basis kon fungeren. Als je bovenstaande relateert aan het ‘menselijke kapitaal’ in een organisatie schrik je van de bedragen die een minimale productiviteitsverbetering van 3  procent oplevert voor de betreffende organisatie.

Kosten schoonmaak brengen veelvoud aan productiviteitsverbeteringen op
De gevonden bedragen steken zeer positief af in vergelijking met eventuele verbeterkosten van het schoonmaakonderhoud (waarover men niet of minder tevreden was). Met andere woorden: de kosten voor iets beter (lees duurder) schoonmaakonderhoud brengt een veelvoud op aan productiviteitsverbeteringen. Toch blijven inkopende organisaties zich te veel blindstaren op prijsvorming van, volgens menige offerte, ‘schoonmaakonderhoud van hoog niveau’. Of dat aangeboden hoge niveau is afgeleid van de werkelijke eisen en wensen van de uiteindelijke ‘schoonmaakconsument’ betwijfel ik zeer.

Levert aangeboden schoonmaakonderhoud echt toegevoegde waarde?
Geeft het aangeboden schoonmaakonderhoud ècht toegevoegde waarde aan de organisatie? Slechts enkele keren, tijdens mijn bijna 25-jarige loopbaan als (beëdigd en gecertificeerd) adviseur, heb ik contracten mogen aansturen die gebaseerd waren op de toegevoegde waarde van het schoonmaakonderhoud.

Herman Kok zet hopelijk inkopend en facilitair Nederland verder aan het denken. Hij zelf noemt het: ‘To change the mindset!” Hij heeft gelijk . . .  En met nog meer roependen in de schoonmaakwoestijn moet het toch een keer lukken om deze vorm van ‘comfortverzorging’ tot een hot item te maken. We gaan als inkopende organisatie dan niet meer vragen ‘wat kost het?’. We vragen voortaan ‘wat levert het ons op?’

André de Reus, schoonmaakexpert en oprichter van schoonmaakadviesbureau Atir.

Artikel tevens geplaatst op Service Management

Lees ook: https://www.atir.nl/schoonmaak/

deel dit artikel